Premature baby's op de NICU zijn kwetsbaar en het risico op plotselinge veranderingen in de oxygenatie- (pO2) en kooldioxideniveaus (pCO2) is groot. Dit kan leiden tot ernstige complicaties.
Bij transcutane (continue non-invasieve) monitoring brengt u voorzichtig een sensor op het lichaam aan waarmee de bloedgassen die door de huid komen continu worden gemeten.
Transcutane (continue non-invasieve) monitoring van pasgeborenen geeft een real-time overzicht van de vaak fluctuerende oxygenatie- (tcpO2) en ventilatiestatus (tcpCO2) van de patiënt.
Bloedafname bij de kwetsbare pasgeborene wordt hierdoor tot een minimum beperkt. Bovendien kunt u direct in actie komen als er veranderingen optreden.
Continue non-invasieve monitoring is de voorkeursmethode voor non-invasieve bewaking van de oxygenatie- en ventilatiestatus.
Video: Hoe transcutane (continue non-invasieve) zuurstofmonitoring veranderingen in de ademhaling van de pasgeborene kan detecteren
Optimale oxygenatiebewaking is op de NICU van levensbelang voor de detectie van snelle veranderingen in de ademhaling van pasgeborenen.
Vanwege een onevenwichtige zuurstofvoorziening — te veel zuurstof (hyperoxie) of te weinig zuurstof (hypoxie) — lopen premature baby's op de NICU een verhoogd risico op het respiratoire benauwdheidssyndroom en andere complicaties zoals retinopathie bij prematuren (ROP), bronchopulmonale dysplasie (BPD) of periventriculaire leukomalacie (PVL).
Bekijk de video en zie hoe tcpO2- en SpO2-bewaking op de NICU leidt tot meer duidelijkheid over de oxygenatiestatus.
